Digitaal voorbeeld

Auteurs- en modelrecht © 2014-2016

Dit digitale voorbeeld laat zien hoe Pensioen 1-2-3 er op de website van een pensioenuitvoerder uit kan zien en hoe het verband tussen de drie lagen technisch vormgegeven kan worden. Er zijn verschillende uitwerkingen denkbaar. Laag 2 kan bijvoorbeeld ook bestaan uit pop-ups die verschijnen als in laag 1 op een icoon wordt geklikt. Die pop-ups bevatten naast een uitgebreidere tekst over het aangeklikte onderwerp ook een linkje naar de relevante documenten die laag 3 vormen.

Laag 1
Laag 2
Laag 3

Beste mevrouw Jansen,

Welkom bij <pensioenuitvoerder>! U bouwt <vanaf ingangsdatum> <verplicht> pensioen bij ons op. <Dit doet u via uw werk<gever>.> Elke <pensioenuitvoerder> <werkgever> heeft zijn eigen regeling. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl <en www.mijnomgeving.nl>.

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?
Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In deze eerste laag leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. In laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen in laag 1. Tot slot vindt u in laag 3 juridische en beleidsmatige informatie van <pensioenuitvoerder>. U kunt laag 2 en 3 vinden op <website> of opvragen bij <contactgegevens>.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?
Gaat u met pensioen? Dan krijgt u ouderdomspensioen. Dat ouderdomspensioen ontvangt u als u <leeftijd> jaar wordt.
Wordt u arbeidsongeschikt? Dan gaat uw pensioenopbouw <gedeeltelijk> door, maar u betaalt dan zelf geen premie meer.
Komt u te overlijden? Dan krijgt uw partner partnerpensioen en krijgen uw kinderen wezenpensioen als u overlijdt wanneer u nog steeds bij deze werkgever werkt.
Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Klik door naar het pensioenreglement.
Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?
Werkt u niet meer bij deze werkgever en overlijdt u? Dan krijgt uw partner geen partnerpensioen en krijgen uw kinderen geen wezenpensioen van ons.
Wordt u arbeidsongeschikt? Dan krijgt u geen <aanvullend> arbeidsongeschiktheidspensioen van ons.
Hoe bouwt u pensioen op?
U bouwt op drie manieren pensioen op:
A. AOW: dit pensioen krijgt u van de overheid als u in Nederland woont of werkt. Op www.svb.nl leest u meer over de AOW.
B. Pensioen bij <pensioenuitvoerder>. U bouwt dit pensioen op via uw werk<gever>. Hierover gaat dit Pensioen 1-2-3.
C. Pensioen dat u zelf regelt. Bijvoorbeeld met een lijfrente of banksparen.
Ieder jaar bouwt u een stukje van uw pensioen op. Het pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die stukjes. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u dit pensioen zolang u leeft. Dit heet een middelloonregeling.
U bouwt jaarlijks een deel van uw uiteindelijke pensioen op. Dat doet u niet over uw hele <bruto> loon. Over <€> bouwt u in <jaar> geen pensioen op. Dit ‘drempelbedrag’ is ongeveer gelijk aan de AOW-uitkering die u vanaf uw AOW-leeftijd van de overheid ontvangt. Over het <bruto> loon min het drempelbedrag bouwt u jaarlijks <%> aan pensioen op.
U betaalt elke maand premie voor uw pensioen. Uw werkgever doet dat ook. Bij ons pensioenfonds betaalt u <%> van de premie en uw werkgever <%>. Vraag bij uw werkgever na hoeveel u betaalt en hoeveel uw werkgever betaalt. De premie die u zelf betaalt, vindt u terug op uw loonstrook.
Welke keuzes heeft u zelf?
Verandert u van baan? U kunt uw eerder opgebouwde pensioen meenemen naar uw nieuwe pensioenuitvoerder.
Wilt u een deel van uw ouderdomspensioen omruilen voor partnerpensioen voor uw partner? Dat kan op <moment>.
Wilt u uw pensioenregeling vergelijken? Klik door naar de pensioenvergelijker.
Wilt u het partnerpensioen <voor uw partner>, of een deel daarvan, omruilen voor ouderdomspensioen voor uzelf? Dat kan op <moment>.
Wilt u extra pensioen opbouwen? Kijk voor de mogelijkheden in laag 2.
Wilt u eerder of later met pensioen gaan dan de vastgestelde pensioenleeftijd? Dit moet u <termijn> voor de gewenste ingangsdatum aanvragen. Bespreek dit met uw werkgever.
U bouwt pensioen op over het salaris tot € 101.519. Verdient u meer, dan kunt u ervoor kiezen mee te doen aan een aparte pensioenregeling.
Wilt u beginnen met een hoger of juist een lager pensioen? Dat kan op <moment>.
Hoe zeker is uw pensioen?
De hoogte van uw pensioen staat niet vast.

Het is mogelijk dat wij uw pensioen niet met de prijzen mee kunnen laten groeien. <Pensioenuitvoerder> heeft namelijk te maken met onder meer de volgende risico’s:
  • Mensen worden gemiddeld steeds ouder. We moeten het pensioen daardoor langer uitbetalen.
  • Een lage rente maakt pensioen duurder. Ons pensioenfonds heeft daardoor meer geld nodig om hetzelfde pensioen te kunnen uitbetalen.
  • De resultaten van onze beleggingen kunnen tegenvallen.
  • <Lees meer> <Klik hier> voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad, die gevolgen kunnen hebben voor uw pensioen.
Wij proberen uw pensioen elk jaar mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Dit heet <indexatie> <toeslagverlening>. Dit kan alleen als de financiële situatie van ons pensioenfonds goed genoeg is. De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen voor deelnemers zo geïndexeerd:
Indexatie Stijging van de prijzen
2014
<x>%
<x>%

2013
<x>%
<x>%

2012
<x>%
<x>%
<Als we een tekort hebben, nemen we − indien nodig − één of meer van deze> <Omdat we een tekort hebben, geldt voor ons een herstelplan met de volgende> maatregelen:
  • Uw pensioen groeit niet <volledig> mee met de stijging van de prijzen.
  • Uw premie gaat omhoog.
  • In het uiterste geval verlagen we uw pensioen. In <jaartal> verlaagden wij de pensioenen met <%>, in <jaartal> met <%> en in <jaartal> met <%>.
Welke kosten maken wij?
<Pensioenuitvoerder> <naam werkgever> maakt de volgende kosten om de pensioenregeling uit te voeren:
  • Kosten voor de administratie.
  • Kosten om het vermogen te beheren.
Wanneer moet u in actie komen?
Als u van baan verandert. U kunt uw eerder opgebouwde pensioen meenemen naar uw nieuwe pensioenuitvoerder.
Als u verhuist naar het buitenland.
Als u arbeidsongeschikt wordt.
Als u werkloos wordt.
Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat.
Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u in totaal heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.
Als u gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt.
Neem contact met ons op als u vragen heeft of gebruik maakt van de actie- en/of keuzemomenten. <contactgegevens>
Benieuwd naar uw totale pensioen? Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl. <signaaltekst en url pensioenuitvoerder>
Meer weten over uw pensioen? Klik op de koppen of de iconen voor laag 2 en laag 3 van Pensioen 1-2-3.

Beste mevrouw Jansen,

Welkom bij <pensioenuitvoerder>! U bouwt <vanaf ingangsdatum> <verplicht> pensioen bij ons op. <Dit doet u via uw werk<gever>.> Elke <pensioenuitvoerder> <werkgever> heeft zijn eigen regeling. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl, <uw jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht> <en www.mijnomgeving.nl>.

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?
Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In de eerste laag leest u in het kort de belangrijke informatie over uw pensioenregeling. In deze laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen in laag 1. Tot slot vindt u in laag 3 juridische en beleidsmatige informatie van <pensioenuitvoerder>. Bekijk ook laag 1 en laag 3 of vraag deze op bij <contactgegevens>.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?
Ouderdomspensioen
Via uw werk<gever> neemt u deel in de pensioenregeling van <pensioenuitvoerder> en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen ontvangt u als u <leeftijd> jaar wordt. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

Hoeveel pensioen u straks ontvangt van <pensioenuitvoerder> is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelneemt en het aantal jaren dat u deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf uw <leeftijd> jaar <maandelijks> <elk kwartaal> uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

De pensioenregeling waaraan u deelneemt is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het <bruto> loon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele <bruto> loon pensioen op. Uw pensioenuitvoerder houdt namelijk al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het <bruto> loon minus de franchise bouwt u jaarlijks <%> aan ouderdomspensioen op.>

Stel: u verdient € 25.000 per jaar. De franchise is € 15.000. U bouwt in dat jaar 2% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 10.000. Dat is € 200 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.

Partner- en wezenpensioen
Zolang u <bij werkgever> <in bedrijfstak> <in deze beroepsgroep> werkt en daardoor deelneemt bij <pensioenuitvoerder>, is er voor uw partner een partnerpensioen verzekerd en voor uw kinderen wezenpensioen. Het partnerpensioen wordt als u overlijdt aan uw partner uitbetaald zolang uw partner leeft. Het wezenpensioen wordt uitbetaald als u overlijdt tot <het> <ieder> kind <leeftijd> jaar wordt. U kunt daarover meer lezen in de <brochure> en in het pensioenreglement van <pensioenuitvoerder>. <De brochure en het pensioenreglement vindt u ook op <website>.> De hoogte van het pensioen voor uw partner en uw kinderen bij uw overlijden staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Let op: er is geen partnerpensioen voor uw partner en geen wezenpensioen voor uw kinderen als u overlijdt op een moment dat u niet meer <in dienst bent bij <werkgever> <bedrijfstak>> <in deze beroepsgroep werkt>.

U kunt wél op uw pensioendatum, of wanneer u eerder <werkgever> <bedrijfstak> <beroepsgroep> verlaat, een deel van uw ouderdomspensioen laten omzetten naar een partnerpensioen <en wezenpensioen>. Dat betekent dat uw ouderdomspensioen dan lager wordt. Uw partner <en kinderen> <krijgt> <krijgen> dan een pensioen uitbetaald van <pensioenuitvoerder> als u overlijdt nadat u met pensioen bent gegaan.

Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of <een of meer> minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
Als u voor meer dan <%> arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op <gedeeltelijke> voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Meer informatie hierover vindt u <in onze brochure> <op onze website>.

Pensioenreglement
Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Klik door naar het pensioenreglement.
Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?
Als u overlijdt terwijl u niet meer in dienst bent, is er geen partner- en wezenpensioen
In deze pensioenregeling is alleen partnerpensioen en wezenpensioen verzekerd zolang u <bij werkgever> <in bedrijfstak> <in deze beroepsgroep> werkt en deelnemer bent bij <pensioenuitvoerder>. Dit betekent dat er geen partnerpensioen voor uw partner en geen wezenpensioen voor uw kinderen is vanaf het moment dat u <uit dienst bent bij werkgever> <de bedrijfstak verlaat> <de beroepsgroep verlaat>.

Als u een partner en kinderen heeft en u <gaat uit dienst bij> <verlaat de bedrijfstak/beroepsgroep>, dan is het dus belangrijk dat u en uw partner nagaan of het nodig is om zelf iets te regelen voor die situatie. U kunt bijvoorbeeld een verzekering afsluiten. Ook is het mogelijk om een deel van uw opgebouwde ouderdomspensioen om te zetten naar een partnerpensioen. Dat betekent dan wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. De keuze om ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen kunt u maken <als u uit dienst gaat bij <werkgever> of> wanneer u met pensioen gaat. Kijk daarvoor ook onder de kop ‘Welke keuzes heeft u zelf?’.
Er is geen arbeidsongeschiktheidspensioen
Uw pensioenregeling voorziet niet in een arbeidsongeschiktheidspensioen. Als u arbeidsongeschikt wordt, is er dus in aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (IVA/WIA) geen recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen.
Hoe bouwt u pensioen op?
A. AOW: dit pensioen krijgt u van de overheid
De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. U bouwt in 50 jaar AOW op. U bouwt alleen AOW op als u in Nederland woont en/of werkt. Op welke leeftijd u AOW krijgt, hangt af van uw geboortedatum. De AOW-leeftijd stijgt namelijk de komende jaren. Ook de hoogte is niet voor iedereen gelijk. De AOW-bedragen worden ieder jaar aangepast. Informatie over de AOW en uw AOW-leeftijd vindt u op www.svb.nl.

Let op: heeft u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan uw AOW lager uitvallen.

B. Het pensioen dat u via uw werk opbouwt
Hoeveel pensioen u opbouwt via de regeling van uw werkgever, ziet u op uw Uniform Pensioen Overzicht (UPO). Dit krijgt u ieder jaar van ons. Wilt u een overzicht van de pensioenen die u bij andere werkgevers heeft opgebouwd? Kijk dan op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt
U kunt zelf een aanvulling regelen op uw AOW en het pensioen dat u opbouwt via uw werk<gever>. Er zijn verschillende manieren om uw pensioen aan te vullen. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering – zoals een lijfrente – af te sluiten of door in uw regeling extra pensioen op te bouwen. Of u dat nodig vindt, hangt af van uw financiële en persoonlijke situatie. Een financieel adviseur kan u helpen bij het maken van keuzes. U kunt ook kijken naar de pensioenschijf van vijf op de website van het Nibud www.nibud.nl.
U bouwt pensioen op in een middelloonregeling
Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het <bruto> loon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele <bruto> loon pensioen op. Uw <pensioenuitvoerder> houdt namelijk rekening met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’.

Over uw <bruto> loon minus de franchise bouwt u jaarlijks <%> aan pensioen op. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u dit pensioenbedrag <elke maand> <per kwartaal> zo lang u leeft. Dit heet een middelloonregeling.
Opbouwpercentage
Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het <bruto> loon dat u in dat jaar heeft verdiend. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het <bruto> loon minus de franchise bouwt u jaarlijks <%> aan ouderdomspensioen op.

Stel: u verdient € 25.000 per jaar. De franchise is € 15.000. U bouwt in dat jaar 2% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 10.000. Dat is € 200 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering jaarlijks ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.
U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen
U en uw werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. U betaalt <%> en uw werkgever betaalt <%>. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. In <jaar> is de premie die u betaalt <%> van uw pensioengrondslag. Uw werkgever betaalt <elke maand> <elk kwartaal> de pensioenpremie aan <pensioenuitvoerder>. Uw deel van de pensioenpremie houdt uw werkgever maandelijks in op uw <bruto> loon. Het exacte bedrag staat op uw loonstrook. De premie die de werkgever betaalt staat niet op uw loonstrook.
Welke keuzes heeft u zelf?
Waardeoverdracht
Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. <Bent u vóór 1 januari 2015 gaan deelnemen aan de nieuwe pensioenregeling, geef dan binnen 6 maanden aan uw nieuwe pensioenuitvoerder door dat u uw eerder opgebouwde pensioen mee wilt nemen.> Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij <pensioenuitvoerder> en wordt het vanaf uw <jaar> aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan <pensioenuitvoerder> en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.
Pensioenregelingen vergelijken
Wilt u uw pensioenregeling vergelijken? Klik door naar de pensioenvergelijker.
Extra pensioen opbouwen
Bij <pensioenuitvoerder> is het mogelijk om, naast uw verplichte pensioenopbouw, vrijwillig extra pensioen op te bouwen. De extra pensioenpremie wordt, net als de premie voor de verplichte pensioenopbouw, via uw werkgever op uw salaris ingehouden. Uw werkgever draagt de premie af aan <pensioenuitvoerder>. Er is geen minimumbedrag. Wel een maximum: de fiscale ruimte voor pensioen. Fiscale ruimte is het verschil tussen het bedrag dat u wettelijk maximaal belastingvrij aan pensioen mag opbouwen en het bedrag dat u daadwerkelijk opbouwt.

Als u meer informatie wilt over de vrijwillige extra pensioenregeling, dan kunt u terecht bij uw werkgever. Via uw werkgever kunt u zich ook aanmelden. Meer informatie is te vinden op <website> <en in de brochure>.
Aparte pensioenregeling voor als u meer dan € 101.519 verdient
Afhankelijk van de productvoorwaarden kunt u deze tekst naar eigen inzicht invullen.
Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen <en wezenpensioen>
Als u met pensioen gaat of eerder <werkgever> <bedrijfstak> <beroepsgroep> verlaat, en er is geen of te weinig partnerpensioen voor uw partner <en wezenpensioen voor uw kinderen> wanneer u overlijdt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen <en wezenpensioen>. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner <en kinderen> <krijgt> <krijgen> dan wel een hoger pensioen van <pensioenuitvoerder> als u komt te overlijden <nadat u met pensioen bent gegaan>.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om wel of niet te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het pensioenreglement. Zie ook <website> voor de bedragen van het pensioen na het ruilen.
Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen
Naast ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer).

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Als u wél een partner heeft moet hij/zij het wel eens zijn met de keuze. Meer informatie over het ruilen van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen is te vinden op <website>. U kunt daar ook de <brochure> over dit onderwerp vinden.
Pensioen vervroegen of uitstellen
In plaats van met pensioen te gaan op uw <leeftijd> kunt u er voor kiezen om langer door te werken. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat. Als u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Kijk voor meer informatie over de verhoging van uw opgebouwde pensioen op <website> <of in de brochure>. Daarnaast wordt de pensioenopbouw voortgezet als u doorwerkt. Kijk voor de voorwaarden voor het uitstellen van pensioen in het pensioenreglement.

U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan dan op uw <jaar>. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde ouderdomspensioen. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat.
Beginnen met een hoger of lager pensioen
U kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is uw ouderdomspensioen lager dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u hier eenmaal voor gekozen heeft, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.

U kunt ook de keuze maken om eerst een paar jaar een lager ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een hoger ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment heeft u bij deze keuze een hoger ouderdomspensioen dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.
Hoe zeker is uw pensioen?
Welke risico’s zijn er?
De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenuitbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort. <Optioneel: Uitleg over specifiek risicobeleid van de pensioenuitvoerder.>

<Pensioenuitvoerder> probeert voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan de stijging waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. <Pensioenuitvoerder> moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.

De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld <pensioenuitvoerder> ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt <pensioenuitvoerder> ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

Er zijn nog meer risico’s waar <pensioenuitvoerder> rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. <Pensioenuitvoerder> moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’. Meer informatie over het risicomanagement van <pensioenuitvoerder> vindt u op <website> <en in de brochure>.

Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds is onder meer van belang bij besluiten van het bestuur die gaan over de hoogte van de premie en het verlenen van indexatie. Ook is de beleidsdekkingsgraad een belangrijke graadmeter voor de vraag of het pensioenfonds genoodzaakt is de pensioenen te verlagen. Als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 100% dan mag het pensioenfonds niet meewerken aan individuele waardeoverdrachten. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden. <Klik hier> voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.
Waardevast pensioen
Normaal gesproken wordt geld elk jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in 2015 iets minder kopen dan in 2014. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie probeert <pensioenuitvoerder> uw opgebouwde pensioen jaarlijks te indexeren. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks meegroeit met de algemene prijsstijging. Wij noemen dit een waardevast pensioen. Het lukt niet altijd om de pensioenen mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat <pensioenuitvoerder> niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.
De afgelopen jaren heeft <pensioenuitvoerder> de pensioenen als volgt geïndexeerd*:
Indexatie
Stijging van de prijzen
2014
<x%>
<x%>

2013
<x%>
<x%>

2012
<x%>
<x%>

2011
<x%>
<x%>

2010
<x%>
<x%>

2009
<x%>
<x%>

2008
<x%>
<x%>

2007
<x%>
<x%>

2006
<x%>
<x%>

2005
<x%>
<x%>

* De cijfers over stijging van de prijzen zijn gebaseerd op cijfers van het CBS.

Als er een tekort is
Het kan gebeuren dat <pensioenuitvoerder> ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. De pensioenuitvoerder heeft de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen wat de beste oplossing is: de premie verhogen, niet indexeren of de pensioenopbouw verlagen. Het bestuur kan ook kiezen voor een combinatie van maatregelen of nog andere keuzes maken. In het uiterste geval kan <pensioenuitvoerder> besluiten uw opgebouwde pensioen of pensioenuitkering te verlagen.
In de afgelopen jaren verlaagde <pensioenuitvoerder> de pensioenen als volgt:
Verlaging
       
2015
<x%

2014
n.v.t.

2013
n.v.t.

2012
n.v.t.

2011
x%>

Meer informatie over hoe <pensioenuitvoerder> er financieel voor staat, vindt u op <website>.
Welke kosten maken wij?
<Pensioenuitvoerder> <werkgever> maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en de incasso van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van dit Pensioen 1-2-3 en het Uniform Pensioenoverzicht (UPO).

Daarnaast zijn er kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties.

Op <website> <en> <in het jaarverslag> vindt u een specificatie van de kosten die wij maken.
Wanneer moet u in actie komen?
Als u verandert van pensioenuitvoerder
Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij <pensioenuitvoerder> en wordt het vanaf uw <jaar> aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan <pensioenuitvoerder> en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.
Als u arbeidsongeschikt wordt
Als u voor meer dan <x%> arbeidsongeschikt wordt, heeft u recht op <gedeeltelijke> voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. <Ook kunt u recht hebben op een arbeidsongeschiktheidspensioen.> Deze premievrije pensioenopbouw <en het arbeidsongeschiktheidspensioen> <is> <zijn> afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.
Als u gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat
Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. U moet dan goed kijken of uw partner bij uw overlijden recht heeft op partnerpensioen. Vindt u dat het partnerpensioen niet goed genoeg geregeld is, zorg dan dat u iets extra’s regelt.

Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hebben. Een kopie van dat contract moet worden opgestuurd naar uw pensioenuitvoerder. Meer informatie hierover leest u op <website>.
Als u gaat scheiden of uw geregistreerd partnerschap beëindigt
Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens <het huwelijk> <de periode van het geregistreerd partnerschap>. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar de pensioenuitvoerder op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van <echtscheiding> <beëindiging geregistreerd partnerschap>. Voor het recht op het partnerpensioen hoeft u niets te doen. Tenzij uw ex-partner afstand doet van het recht, dan moet u <pensioenuitvoerder> wel informeren.
Let op: ook ongehuwd samenwonenden kunnen recht hebben op partnerpensioen.

Kijk voor meer informatie op <website>.
Als u verhuist naar het buitenland
Meld dit aan uw pensioenuitvoerder en bespreek wat de gevolgen zijn voor uw pensioen. Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op www.svb.nl.

Let op: ook als u binnen het buitenland verhuist, moet u <pensioenuitvoerder> daarover informeren.
Als u werkloos wordt
Als u werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen <en voor het partnerpensioen> <en wezenpensioen> in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw werkloosheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.
Mijnpensioenoverzicht.nl
Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.
Als u vragen heeft
Voor alle vragen over uw pensioenregeling kunt u bellen met <pensioenuitvoerder>, te bereiken op <telefoonnummer>, of kijkt u op <website>.
Benieuwd naar uw totale pensioen? Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Meer weten over uw pensioen? Klik op de linkjes voor laag 3 van Pensioen 1-2-3 of vraag bijvoorbeeld het pensioenreglement bij ons op .>

Laag 3

Laag 3 van Pensioen 1-2-3 heeft, anders dan laag 1 en laag 2, geen vast format. Laag 3 bestaat uit documenten (zie de tabel hieronder) die de deelnemer gedetailleerde informatie geven over de pensioenregeling en de pensioenuitvoerder. Laag 3 kan op de website van de pensioenuitvoerder gepresenteerd worden als een overzichtspagina met linkjes naar alle betreffende documenten. Op die pagina staat de laag 3-versie van het logo van Pensioen 1-2-3.

De deelnemer bereikt de documenten in laag 3 via linkjes of doorverwijzingen in laag 2. Het pensioenreglement moet ook vanuit laag 1 direct benaderd te kunnen worden.

De documenten in laag 3 worden in ieder geval digitaal aangeboden. De pensioenuitvoerder mag de documenten uiteraard ook in hard copy beschikbaar stellen.

Verplichte en optionele documenten

Enkele documenten in laag 3 zijn verplicht voor iedere pensioenuitvoerder. Door het aanbieden van deze juridische en beleidsmatige documenten beantwoordt Pensioen 1-2-3 aan de wettelijke eisen. De andere documenten zijn optioneel.

Verplichte documenten
Optionele documenten
Pensioenreglement Brochure(s)
Uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement Statuten
Jaarverslag (= voor pensioenfondsen verplicht) Jaarverslag (= voor verzekeraars optioneel)
Verklaring beleggingsbeginselen ABTN
Informatie over het herstelplan (indien van toepassing) Herstelplan (indien van toepassing)
Informatie over het financieel crisisplan (indien van toepassing) Financieel crisisplan (indien van toepassing)
Pensioenvergelijker PFG-document
Kostenoverzicht Cao

N.B. Om de toegankelijkheid voor de deelnemer te bevorderen, raden wij aan om bij het doorklikken vanuit laag 2 naar een document in laag 3, direct te linken naar de betreffende passage. Wanneer iemand bijvoorbeeld in laag 2 klikt op het ‘nabestaandenpensioen’, dan moet de deelnemer direct in de betreffende passage in een document terecht komen. Zodoende hoeft de deelnemer niet zelf op zoek te gaan naar de betreffende passage.